doorzoek de gehele Leestrommel
Leestrommel
Leestrommel

a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z

Melati van Java: Dorenzathe
Schiedam: H.A.M. Roelants, 1915
(Serie romantische werken) (deel 1) Eerste dr. 1885


HOOFDSTUK VIII.

Zoodra het bal werkelijk besloten was gaf de freule zich geheel en al aan de vreugde harer eerste illusien en blijde droomen over.
De baljapon werd uitgezocht, besteld, aangepast eindelijk daags voor den bepaalden avond t'huis bezorgd en dit waren alIen zoovele gebeurtenissen in het leven van de onder het opzicht der wereldsche verstrooiingen weinig verwende Isabelle.

[43:]

De lang verwachte dag was eindelijk aangebroken; het stille Dorenzathe was reeds van 's morgens af in beweging door de gewichtige gebeurtenis, die 's avonds zou plaats hebben.
Men at dien middag heel vroeg; Isabelle had 's morgens op bevel van hare grootmama niet vóór elf uren mogen opstaan en daarna om zich niet te verhitten in een slechts matig verwarmde kamer moeten blijven; zij was juist bezig hare coiffure aan de vlugge vingers van haar kamenier toe te vertrouwen, toen mevrouw de Marcy visite ontving van een der weinige dames met wie zij de kennis onderhield.
Het was de oudste freule van Hoorn, een zeer deftige, achtenswaardige jonge dame, die sinds tien jaar de vijf en twintig verklaarde gepasseerd te zijn, met hoeveel maanden, voegde zij er liefst niet bij.
De douairière mocht haar gaarne Iijden, maar vond van daag haar bezoek wel wat ongelegen.
Er werd over allerlei gesproken, maar niet over het bal, mevrouw roerde dit onderwerp liefst niet aan, want geheel verzoend was zij nog niet met Isabelle's besluit.
Eindelijk begon de freule:
"Suze en Marie zijn van daag heel druk met haar toiletjes, maar dat ik Isabelle niet zie zal toch wel aan een andere reden zijn toe te schrijven."
"Ja, ik geloof dat de coiffeur met haar bezig is."
"Toch zeker voor het diner, niet waar, want zij gaat immers niet naar 't bal?"
"Zeker, uw zusters gaan er toch ook heen?"
"O ja mijn zusters, maar ik niet, foei! Ik heb het haar genoeg afgeraden en mij beroepen op Isabelle, maar dat zij nu ook gaat, ça me contrarie bien vivement."
"En waarom dan?"
"Chère madame, begrijpt u het dan niet? Voor alle schatten van dien Brons kwam ik niet op een bal, dat hij aan zijn vroegere vrienden geeft."
"Brons, geeft Brons dit bal! Dat is niet zoo!"

[44:]

"Si, si! Wist u dat niet, oh kom, maar dat zal de vicomte u wel gezegd hebben."
"Du tout, als ik dat geweten had."
"Ik ben met mijn ouders geheel au froid, omdat ik nog zoo veel sentiment der convenances heb overgehouden om niet naar dat bal te willen gaan."
"Ge hebt groot gelijk, Elodie, daaraan herken ik u, maar wacht even," en zij schelde.
"Mais je suis desolée, nu ben ik misschien oorzaak van een verschrikkelijke deceptie voor Isabelle."
"Een deceptie! zij zal blijde wezen, dat ze bijtijds aan zulk een inconvenance ontsnapt."
De oude Germain trad binnen.
"Germain," sprak de douairière, "zeg aan Mina dat ik de freule verzoek, haar toilet niet verder voort te zetten."
Freule van Hoorn stond op, zij hoorde de hoefslagen van het rijpaard van den huisheer en 't kwam niet overeen met haar jonkvrouwelijke schuchterheid om bezoeken te maken, daar waar een jong mensch of wel zooals hier 't geval was, een weduwnaar, aan huis woonde.
Mevrouw de Marcy liet haar gaan en wachtte in koortsachtige spanning de komst van haar zoon af.
Niets vermoedend van den storm, die hem verbeidde, trad Gaston neuriend binnen en groette zijn moeder als gewoonlijk.
"Ga zitten," zeide ze streng in het fransch en in het volle bewustzijn harer waardigheid.
Als zij fransch sprak, sloeg de schrik Gaston om het hart, hij wist dan dat er iets gewichtigs moest wezen en er een heel moeilijk half uurtje voor hem op handen was.
"Waarom hebt ge mij bedrogen?" vroeg zij op strengen toon.
"Waarom mij voorgehouden, dat het bal een feest was door de societeit haren leden aangeboden en niet een publieke vermakelijkheid door dien Brons betaald?"
"Heb ik u dat niet gezegd?" vroeg de Marcy heel onnoozel.

[45:]

"Neen, want dan begrijpt ge wel, zouden noch ik, noch Isabelle er ooit in toegestemd hebben daaraan deel te nemen."
"Maar bonne-maman! Dat verandert niets aan de zaak. Brons heeft de societeit in staat gesteld dit bal te geven; dat is alles. Hij is geen gastheer. Verre van daar! 't Is zeker die malle Elodie met haar schijnheilig gezicht, die u dat voorgepraat heeft. En ik verzeker u, dat ik maar een woord behoefde te zeggen of nog van avond deed ze andere strikken op haar oude baljapon en ging er heen."
"Mon fils, moll fils, quel langage! Er is toch nooit een mésaliance in onze familie geweest, dan dat iets zou kunnen doen vermoeden dat zulk een toon door u overgeërfd was van een plebeiesch lid van ons geslacht? En moet ik dan niet uit alle krachten waken tegen een verdere ontaarding van onze familie?"
"Nu op 't laatste oogenblik zulke zwarigheden maken; 't is om er gek van te worden. Als er iets ongepast was, dat zouden immers noch de van Hoornen, noch de Roobecken; noch de burgemeester of de rechter, of de notaris er met hun familiën heengaan. Vraag Barends liever, wat hij er van denkt!"
"Ik vraag niet wat anderen denken, maar doe of laat wat naar mijn overtuiging gepast of ongepast is."
"Wij weten eenvoudig niet, wat Brons met het bestuur der societeit afgesproken heeft en Isabelle..."
Daar ging de deur open en het meisje kwam binnen in haar peignoir, de eene helft van het hoofd nog in krulpennen, de andere met de prachtigste krullen versierd.
"Grootmama," zeide ze. "Mina heeft mij uwe boodschap overgebracht, maar ik begrijp er niets van. Is er iets gebeurd?"
"Och kind, een caprice," zei Gaston knorrig.
"Laat haar zelf beslissen! Zeg eens kind, wilt ge van avond de gast zijn van iemand, die eens uw vaders schoenpoetser was?"
Met verschrikte oogen staarde zij rond.

[46:]

"Brons, geeft hij het bal? Vertelt u dat, papa?"
"Ik, wel neen! Zulke leugens vertel ik niet! 't Is freule Elodie, die bonne-maman wat heeft wijs gemaakt!"
"En is 't daarom minder waar? Beslis nu zelf, mijn kind!"
"Gaan de freules van Hoorn ook?"
"Welzeker, de jonge ten minste; Elodie is veel te bang, dat zij een muursieraad zal worden."
"Vraag nooit wat anderen doen, Isa, maar volg uw eigen oordeel en gevoel."
"Kom hier Belle, ik zal 't je uitleggen. De societeit was van plan dezen winter een bal te geven, maar haar ontbrak het noodige geld daartoe. Nu heeft Brons uit zijn eigen middelen het bestuur instaat gesteld om dit te doen. Hoe kon hij een bal geven? Hij heeft immers geen dame, die de honneurs daarvan zou waarnemen? Iedereen vindt dit zoo mooi en royaal van hem gehandeld, dat niemand hem affronteeren wil door niet te komen."
"En zal madame Piering et son illustre familIe ook van de partij wezen?"
"Wel neen, niemand komt, dan de leden der societeit."
"Zeer ondankbaar is 't zijn eigen standgenooten zoo te negligeeren."
"Hij is van plan hun nog dezen winter goed te laten feestvieren, doch dit is zijn en niet onze zaak. Kom, Belle ga je verder kleeden, kind!"
"Doet ze dat, lsa?"
"Och bonne.maman, zooals papa het uitlegt is de zaak heel anders en had ik 't maar eerder geweten,.. maar... 't is nu reeds zoo laat."
"'t Is nooit te laat om van iets verkeerds terug te komen en 't, zal in elk geval voor dien parvenu een gevoelige les zijn als jij op 't laatste oogenblik bedankt."
"Ik zou waarlijk niet weten waaraan die parvenu een gevoelige les van ons verdiend heeft," spotte Gaston.
Dat vond Isaballe nu eigenlijk ook, het speet haar erg dat zij die lieve, beste grootma teleurstellen moest, maar

[47:]

zij had zich zooveel van haar eerste bal voorgesteld en haar toiletje was zoo beeldig lief en die krullen beloofden zoo goed te worden, 't was dus na een heftigen tweestrijd, dat zij eindelijk zeide:
"Ik zal doen wat grootma 't liefst heeft."
"In deze zaak heb ik u geheel vrij gelaten, lieve engel. Ik wil niet de minste pressie op uw besluit oefenen."
"Kom, ga je maar aankleeden."
"Och ja, grootmama; 't is te gek om mij nu terug te trekken, ik ben half klaar."
"Tres bien, petite, tres bien!"
Isabelle hoorde aan grootmama's stem dat zij teleurgestld was, maar 't zou toch al te veel van haar gevergd zijn om een ander besluit te nemen.
Zij sloop dus de kamer uit, maar het pleizier, dat zij zich voorgesteld had, was veel verminderd.
"Laat ons hopen," hoorde zij de douairière nog zeggen, "dat het ons kind nooit moge berouwen deze keus te hebben gedaan."
Een keus! Zoo ernstig had Isabelle de zaak niet opgevat. Even stond zij nog in beraad om terug te keeren en te zeggen dat zij van besluit veranderd was, toen haar vader op zijn beurt uit den salon trad en haar aanspoorde spoed te maken.
Een oogenblik later was Mina weer met het kapsel bezig.


inhoud | vorige pagina | volgende pagina