doorzoek de gehele Leestrommel
Leestrommel
Leestrommel

a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z

Melati van Java: Dorenzathe
Schiedam: H.A.M. Roelants, 1915
(Serie romantische werken) (deel 1) Eerste dr. 1885


HOOFDSTUK XIV.

"Mijnheer de Marcy," zoo sprak 's avonds Alfred hoog ernstig zijn aanstaanden schoonvader toe, "vóór dat ik uw dochter in persoon spreek, moet u mij een vraag beantwoorden. Is u er zeker van dat haar hart nog vrij is?"
"Ja, ja! Dat kind heeft haast met geen jongmensch

[81:]

gesproken; en die ze nog zag, kunnen in je schaduw niet staan. Kom, moed gevat, zij heeft er wel ooren naar en nog eens: geen woord over de andere zaak, dan in uitersten nood!"
"Van mij zal het niet komen," verzekerde Alfred, die plotseling doodsbleek werd, want hij hoorde in de gang het ruischen van een sleep; de deur werd geopend en jonkvrouw Isabelle met opgerichten hoofde, trotsch gekrulde lippen, trad fier en statig binnen.
Alfred kon niet vermoeden, wat haar eerste gedachte was, toen zij hem uiterlijk kalm en rustig aan de tafel zag staan.
"Hij is niet alleen knap, hij is gedistingeerd," dacht zij. "maar toch foei! Hoe kan ik iemand achten, die zoo weinig sentiment des convenances heeft om zich aan mij op te dringen en een vrouw te willen hebben, die zich moet verkoopen!"
"Ge kent mekaar, ik behoef u niet voor te stellen, waarde Alfred," zei de vicomte, die niets op zijn gemak was bij het zien van Isabelle's trotsche houding en den koelen hoofdknik, waarmede zij Alfred's beleefde buiging beantwoordde.
"Freule," begon hij, "mijnheer uw vader zal u ongetwijfeld bekend hebben gemaakt met mijn aanzoek?"
"Bah, hoe burgerlijk met de deur in huis te vallen," dacht Isabelle en hardop vroeg zij, zoo sterk mogelijk den klemtoon gevende aan het eerste woord "uw aanzoek?"
Alfred hield zich goed en deed of hij haar bedoeling niet begreep.
"Mijnheer de Marcy heeft mij verzekerd, dat hij reeds met u over de zaak sprak!"
"Mijn vader heeft me gesproken over zaken, die tusschen mijnheer Brons en hem bestonden, maar ik kon niet gelooven, dat de kinderen bestemd waren ze af te doen! Zooveel gewilligheid had ik bij u niet verondersteld, want ook de kinderliefde heeft hare grenzen."
"O hemel, het gaat mis!" zuchtte de vicomte in een aparte.

[82:]

"Zoudt u dan denken, freule, dat ik het aanbod van mijn vader had willen aannemen, wanneer het niet met mijn innigste wenschen strookte?"
"De jongen kan het; 't is hem goed toevertrouwd; maar mijn tegenwoordigheid hindert hen min of meer, ik zal dus fileeren."
En zachtjes stond de graaf op, gleed langs de portière en bleef achter de gordijnen in de naaste kamer staan, waar hij onbemerkt alles zien en hooren kon.
"Uw innigste wenschen zijn dus een gravin te dwingen, uw burgerlijken naam voor den hare in te ruilen. Een zonderlinge wensch. dat moet ik toegeven; ik begrijp niet waarom u dat wil, Ik ben arm, ik geloof zelfs dat we schulden hebben en mijn naam voegen bij den uwen is toch ook overbodig, want als u over zes maanden in het bezit van ons kasteel zijt, belet niemand u achter uw naam van Dorenzathe te schrijven, Het klinkt heel mooi: Brons van Dorenzathe."
Alfred zag haar aan met een mengsel van medelijden en verontwaardig; was het niet te dwaas wat hij ging doen, zich opofferen voor een meisje dat hem zoo minachtte, dat hij met een enkel woord ter aarde kon vernederen? En toch, nimmer had Alfred haar zoo bewonderd als op dit oogenblik. terwijl zij achteloos in een hoek van de sofa gezeten, hem schijnbaar koelbloedig wilde beleedigen.
"Ik beklaag u, freule, wanneer u meent dat de innigste wenschen van een jeugdig hart niet verder gaan dan tot het samenkoppelen van twee namen. Daaraan heb ik nog niet gedacht, ik weet maar een zaak. Jaren geleden toen freule de Marcy nog niet wist welk een voorrecht de adel van haar geslacht was, had ze medelijden met een verwaarloosd jongetje; zij sprak het vriendelijk toe en na dien dag is zij voor dat knaapje het ideaal geweest van zijn kinder- en zijn jongelingsdroomen. Haar beeld heeft hem nooit verlaten, en later toen hij haar terugzag en hem deed gevoelen hoe groot de

[83:]

afstand tusschen hen beiden was, toen deed hij alles om haar te vergeten, haar herinnering, die eens zijn troost was, werd thans zijn kwelling. Met geweld verdreef hij dat aandenken uit zijn geest, het baatte niet en terwijl hij er het minst aan dacht werd hem de mogelijkheid geschonken haar tot zijn vrouw te maken. Wat stond hem nu te doen?"
"Als hij zichzelf en haar werkelijk achtte, zou hij inzien, dat dit niet de wijze was, waarop hij met haar hand, ook aanspraak kon maken op hare liefde."
"Wil dit met andere woorden zeggen, dat u mijn aanzoek afwijst?" en Alfred stond op; de Marcy ondervond doodsangsten en berekende hoe bij 't best op het beslissende oogenblik tusschenbeiden moest komen met het groote woord.
"Die dr... meid met haar vervloekten trots!" bromde hij.
"Dat zeg ik niet," antwoordde zij, "u maakt misbruik van uwe positie door mij te dwingen tot een beslissend antwoord. Laat mij dus vrij uitspreken! Uit uw manier van handelen spreekt noch liefde noch achting voor mij!"
Alfred had moeite een spotlach te onderdrukken; hij kruiste de armen over de borst, zag haar strak aan en vroeg:
"Hoe moet ik het dan aanleggen om die gevoelens te doen blijken?"
"Door mij de schande te besparen van zulk een gedwongen keuze."
"Ligt het dan aan mij?"
"Wanneer het u meenens was mij achting en liefde te bewijzen, zoudt u uw vader gesmeekt hebben mij niet in dezen tweestrijd te brengen. U is zijn eenig kind; hij had u gaarne geloofd, wanneer u hem verzekerd dat hij verkeerd handelde door u een vrouw op te dringen, die u niet gelukkig kon maken."
"Wie verzekert u, dat ik dit alles niet gedaan heb?"
"En bleef hij onverbiddelijk? U heeft een wonderlijke vader!"

[84:]

"U ziet dus dat ik niet anders doen mocht, dan mij in het onvermijdelijke te schikken."
"Dat u bijzonder toelacht naar het schijnt!"
"Zeker, zoo als ik u reeds zeide, den liefsten wensch van mijn leven waaraan ik nauwelijks een vorm durfde geven zie ik op het punt van verwezenlijkt te worden en ik zou dan om redenen van kieschheid mij terug-trekken? Dat kunt u niet van mij verlangen, freule!"
"Verlangt u dan van mij. dat ik me onderwerp aan zulk een voorwaarde? Ik ken u slechts van aanzien. Ik zie uit de hoogte neer op uw famiIie... ge weet, welke betrekking uw vader bij den mijne had: ik behoor tot een geslacht dat eeuwen oud is; mijn kring van vrienden en familieleden is een geheel andere dan de uwe. Ik mag aanspraak maken op andere partijen en zoo ik er toe besluit uwe hand aan te nemen, dan is het alleen om mijn arme grootmoeder een rustig avonduur te verzekeren. Nu is er waarheid tusschen ons, mijnheer! Ik vind den stap dien ik ga doen verschrikkelijk, ik voel niets voor u, misschien niet eens achting en toch zoo u en uw vader het eischt zal ik er in toestemmen uw vrouw te worden."
"A la bonne heure!" dacht de Marcy met een zucht van verlichting, "de zaak is in orde."
"Blijft u het verlangen na alles wat ik u gezegd heb?" vroeg Isabelle, die nu in hare volle lengte voor hem stond.
Alfred was bloedrood geworden.
"Neen, zij verdient het niet! Ik moet haar alles zeggen en overlaten aan hare schande,.. zoo sprak hem een geheime stem toe. .Hoe triomfeerend zou ik dan voor haar staan in plaats van vernederd en beschaamd als nu! Maar dadelijk nam het medelijden de overhand.
"Arm kind, ze weet, niet hoe beklagenswaardig zij is. Ik moet de verstandigste zijn en mij niet om haar speldeprikken bekommeren.
"Ja freule ik verlang het," antwoordde hij beslist.
"Daar heeft u mijn hand, maar mijn hart nimmer."

[85:]

Alfred nam de hem toegestoken vingers en drukte ze even; zoo waren zij verloofd.
Isabelle keerde het hoofd om en trok haar lippen zoo minachtend mogelijk samen.
"De toekomst behoort mij, Isabelle." Zij scheen een zenuwachtigen schok te voelen toen hij haar voor 't eerst dien naam gaf; hij lette er niet op.
"Om dat hart te winnen, waarop ik meer prijs stel dan op al uw adellijke titels en rijen van voorvaderen. O u kunt me gelooven of niet, maar altijd heb ik in mijn gedachten met u geleefd! U heeft de muziek immers lief en kent zeker dat verrukkelijk lied van Mozart "das Veilchen". Hoe dikwijls verbeeldde ik me niet het viooltje te zijn, dat geen ander verlangen had. dan opgemerkt te worden door het herderinnet je! Hoe wenschte ik dan graaf, baron of ten minste jonker te zijn, waardoor ik het recht had voor een oogenbhk uw aandacht. te trekken."
"U heeft het viooltje nu g e k o c h t ! Is u dat niet genoeg?"
"Vergeet dat woord, Isabelle! Ik zou het natuurlijk verkozen hebben zoo ik op een andere manier mij uwer kon waardig maken, doch nu het eenmaal zoo is."
"De zaak in orde?" en de vicomte stak zijn hoofd door de kamerdeur.
"Ja, papa, mijnheer Brons neemt mij tot vrouw, niettegenstaande ik open kaarten met hem speelde."
"Dus geengageerdl Ik feliciteer jelui van harte, hoor! Ik zal champagne laten komen!"
Het jonge paar zat naast elkander op de canapé.
Isabelle was echter zoo ver mogelijk in een hoek gedrongen; zij keek trotsch en ontevreden voor zich uit.
De champagne kwam; de graaf altijd doorpratendt schonk de glazen vol; zijn dochter tikte mee, maar bevochtigde nauwelijks hare lippen.
De bruidegom sprak ongedwongen over allerlei onverschillige onderwerpen; de bruid zeide niets, totdat zij opstond en van de heeren afscbeid nam met de woorden:

[86:]

"U zal mij excuseeren, maar grootmama is wakker en mist mij stellig. Ik ben gewoon den avond aan hare zijde door te brengen."
En ze boog voor Alfred; hij stak haar echter de hand toe, die ze vluchtig aanraakte en verdween.
"Ze is niet op haar gemak, 't is ook zoo gauw gekomen," zoo verschoonde de Marcy zijn dochter, "maar laat je dat met ontmoedigen, Alfred! Het voornaamste is gedaan, het overige komt van zelf."
"Zij heeft gelijk," antwoordde Brons koel, "ik kan begrijpen dat zij niet veel gevoelen kan voor zulk een opgedrongen man; maar ik zal er niet op letten en haar beschouwen als een kind, dat men van een levensgevaarlijke positie wil bevrijden en dat tot belooning zijn redder handen en gelaat kwetst."
"Je hebt groot gelijk! Verstandig gesproken! Jongen, jongen, hoe meer ik je ken, hoe duidelijker het mij wordt. Ik zou aan niemand liever mijn kind toevertrouwen. Je je handelt prachtig mooi!"
"'t Was beter geweest als u mij de moeite had gespaard zou prachtig mooi te handelen! Ook freule Isabelle zou er dan beter bij gevaren zijn."
De Marcy hield zich goed en schonk de glazen vol.
Alfred dronk het zijne leeg en stond toen op zeggende dat hij hoog noodzakelijk weer naar de stad moest. De vicomte ging mee, want van avond zou het engagement publiek worden.
Alfred keerde huiswaarts, volstrekt niet in de stemming van een jong mensch, die het jawoord ontvangen heeft van het meisje zijne keus.
De oude Brons wachtte hem op.
"Hoe is 't? Wat kijk je zuinig? Wil ze niet?"
"Ja wel. We zijn geëngageerd."
"Zoo, proficiat! Wie had het kunnen denken. De zoon van Dorus Brons en de dochter van vicomte Gaston..."
"Vader, hoe kunt u mij zoo goedsmoeds mijn ongeluk zien tegemoet gaan!"
"Je ongeluk! Heb je van m'n leven! Is hij nog niet

[87:]

tevreden de kwajongen? Was ze niet heel vereerd met je aanzoek? Dat zal wel beteren en zoo ze al te veel pretentien heeft, zeg me dan één woord en ik leer ze haar af."
"Dat nog minder."
"Wat moet ik dan doen? Dien schurk van een de Marcy uit den brand helpen, de zaak verstikken en jou dan nog levenslang te zien zuchten en alle meisjes met den nek aankijken? Dat kun je ook niet verlangen!"
"O Vader, als u van dat document gebruik maakt, verlaat ik onmiddellijk de stad en u ziet me niet meer terug!"
"Praatjes."
"'t Is mijn vast besluit! Hoe zal mijn leven zijn mey een vrouw, die aan mij opgedrongen is, die me verafschuwt?"
"Gekheid, dat gaat over met den tijd. Zij zal eieren voor haar geld kiezen. Je kunt goed met vrouwen omgaan; over een maand is ze tam en nog veel verliefder dan jij het ooit geweest bent."
"U kent haar niet? Enfin, dan heeft u de voldoening uw eenig kind ongelukkig te hebben gemaakt."
"Bedank haar dan en maak er korte metten mee. Wat ik doen zal, gaat jou niet aan! Als jij niet zoo verliefd was op dat meisje, zou je er zooveel omslag niet van maken. Nu adieu! De graaf is zeker in de societeit. Wat zal onze ontmoeting hartelijk wezen! We zullen de champagne laten komen, alle grieven afdrinken en het toekomstige verbond bezegelen."


inhoud | vorige pagina | volgende pagina