[148:] X.
Everdijk heeft woord
gehouden. Hij maakt zijne Justine zoo gelukkig als zij het slechts wenschen
kan. Tante Jet is nog lang boos op hem geweest. maar toen haar nichtje
het eerste meisje kreeg, dat naar haar Henriëtte genoemd werd,
kon de lieve Leonie haar niet langer te Batavia houden. Zij ging naar
Karang-Gossoh, en hier namen Everdijk's hoogst eerbiedige manieren tegenover
haar geheel den kwaden indruk weg, dien hij vroeger had gemaakt.
Nooit werd er een woord over het gebeurde gesproken, maar uit de handelswijze
van het jongepaar blijkt genoeg, hoe dankbaar zij haar zijn, hen van
zulk een last te hebben ontheven. Langzamerhand is zij zulk een lid
van het huisgezin geworden, dat niemand hunner en zij het allerminst
er aan denkt, dat eene scheiding mogelijk is; nu zelfs, nu Everdijk
assistent-resident geworden, naar eene verwijderde buitenpost is overgeplaatst.
"Zeg, Vik," zei Hubert Smit- hem eens, toen hij toevallig
zijn ouden vriend ontmoette, "men heeft je wel eens slechter raad
gegeven dan ik, op dien avond in de Concordia?"
Everdijk antwoordde met een glimlach, maar inwendig dacht hij:
"'t Is gelukkig afgeloopen, maar het had evengoed kunnen eindigen
in gevangenschap en schande!"