BATAVIA, 1 Sept.
LIEVE DOLLY.
Ach, wat een verdriet, en dat nog wel terwijl er een groote wensch van je vervuld is. Geplaatst bij het Gouvernement en benoemd tot hulponderwijzeres ; maar kindje ik dacht, dat ik een jubelbrief zou krijgen in plaats van de enkele droevige regels, die je mij zondt. 't Is waar, Makasser iseen heel eind van Salatiga, en't zal je zeker hard vallen, na drie jaar zoo gelukkig samen te zijn
[37:]
geweest opnieuw afscheid te moeten nemen van je lieve ouders.
Maar ik begrijp zoo goed, dat je langzamerhand tot 't besluit kwam,
zelve de handen aan den ploeg te slaan nu na de laatste drie slechte
jaren 't inkomen van je braven vader zoo achteruit is gegaan. Er valt
iedere maand zooveel te betalen nu de drie broers ook in Holland zijn
en Lientje nog een jaar moet studeeren voor ze klaar is.
't Hoofdje maar moedig omhoog, Dolly lief, je zult eens zien hoe rijk
je je zult gevoelen, als dat eerste verdiende geld voor je ligt en met
welk een trots je dien eersten keer in je kasboek zult opschrijven:
"ontvangen traktement."
Makasser is een prettige plaats, wel warmer dan Salatiga, dat is zeker,
maar frisch en indertijd heel gezellig.
Ik heb direct naar mijn oude vrienden Frinker geschreven en hun gevraagd
je bij aankomst van boord te willen halen en je bij hen te willen ontvangen.
Het zijn erg gastvrije opgewekte luidjes, ze bleven in Makasser wonen
omdat hun beide kinderen er voor goed gevestigd zijn. Je bent dan voorloopig
prettig onderdak en kunt dan eens uitzien naar een geschikt pension.
Ik zou je niet raden in een hotel te gaan, als 't eenigszins anders
kon; licht vindt je een aardige familie, bij wie je kunt inwonen je
bent nog zoo jong en 't is voor den eersten keer, dat je geheel zelfstandig
zult zijn, en de wereld is voor zulke jeugdige bloempjes van 21 lentes
vol gevaren.
Je zult nu dikwijls alleen uitgaan, visites maken en ontvangen, alleen
moeten décideeren welke
[38:]
kant de beste is,
je zult vele en velerlei soorten menschen ontmoeten en heel veel zal
er afhangen van je optreden in deze nieuwe wereld.
Je vraagt mij in je brief je nog eens uitvoerig te schrijven wat je
alzoo doen moet, wat betreft bezoeken brengen en ontvangen, daar je
in de laatste jaren op het koffieland zoo weinig menschen ontmoet hebt.
Nu kind, ik ga eens recht op mijn praatstoel zitten om dit hoog ernstige
onderwerp à fond met je te behandelen.
Ik wil eerst eens beginnen met je reis naar Soerabaja, die je denkelijk
wel alleen zult doen. Wel kindje, stuur al je goed vooruit als vrachtgoed,
of heb je daar geen tijd meer voor dan als bestelgoed; je hebt nog een
paar dagen rust in Soerabaija, immers; want je blijft zeker een paar
dagen bij je vriendin Coba logeeren.
Pak zooveel mogelijk alles en alles in die koffers en zorg dat je in
den trein niets bij je houdt dan een mandje met wat eterij, voor onderweg
en wat kleinigheden. De kleeren, die je bij aankomst direct noodig hebt,
kan je als bagage meenemen.
Je gaat zeker in één dag door, 't is wel een heele zit,
maar je komt, als je uit Toentang 's morgens om 7 uur vertrekt, 's avonds
tegen 7 uur te Soerabaija, juist een prettig uurtje om je lekker te
malcen en uit te rusten.
In Madioen kan je zeker wel wat eten krijgen, zorg er voor wat djeroeks,
een paar sandwiches, wat chocolade en wat wijn met water bij je te hebben.
Kleedt je zoo luchtig mogelijk, in een linnen japon bijv.; je kunt in
den trein best je hoed afzetten; als je bang bent voor rugpijn, neem
dan een klein kussentje mee.
[39:]
Zorg voor een boeiend
boek; 't kort de reis zoo op, af en toe eens een uurtje te kunnen lezen.
Zoodra je in Toentang in den trein bent gestapt, zoek je een prettig
plaatsje uit, knoopt liefst geen gesprek aan met je medereizigers; wordt
je wat gevraagd, dan geef je een kort, beleefd antwoord en kijkt weer
in je boek als teeken, dat je 't gesprek liever niet vervolgt.
Voorstellen doet men zich niet in den trein;
't is nu wel eenmaal, vooral hier in Indië een ingeworteld idee,
dat men niemand een woord kan toevoegen zonder in optima forma gepresenteerd
te zijn, maar in den vorm is 't toch niet.
Overkomt 't je dan ook, dat de een of andere medereiziger zich aan die
fout schuldig maakt wees dan niet erg toeschietelijk, want hij weet
heusch niet hoe 't hoort. Trouwens, op reis, als men met volkomen onbekende
menschen in den wagon zit, is en blijft het gevaarlijk te voorkomend
te zijn; 't blijkt later menigmaal dat men zich in het uiterlijk der
menschen vergist heeft en een korystondie,venschte kennismaking heeft
aangeknoopt.
Daarom zorg, dat je alles bij je hebt, wat je noodig kunt hebben: klein
geld, eau de cologne of iets dergelijks, dan behoef je niemand om hulp
te vragen.
Je zult ook in Europa dadelijk merken of de reizigers ondervinding hebben
op dat punt; die tot de rubriek bereisde menschen behooren, praten weinig
of niet onderweg, en nooit over intieme onderwerpen; ze gaan kalm hun
gang, vragen niet bij ieder station, waar ze nu zijn, en eten geen groote
cadetjes uit vette papiertjes, uit angst zich zelf een paar vlekken
te bezorgen.
[40:]
Ik heb wel eens
met menschen in een coupé gezeten, die voortdurend praten wilden,
mij uithoorden over 't doel van mijn reis en me binnen 't half uur geheel
op de hoogte hadden gebracht van al hun familierelaties; zie je Dolly,
dat waren misschien uitstekende brave menschen, maar bereisd en werkelijk
beschaafd waren ze niet erg.
Hier in Indië loopt men zeker vrij wat minder kans met gevaarlijke
sujetten onderweg in aanraking te komen, wat zoo dikwijls in Europa
't geval kan zijn, maar toch zou ik ieder alleen reizend jong meisje
aanraden zoo stil en teruggetrokken mogelijk te zijn.
In Soerabaija zal Coba je zeker wel van den trein komen halen; informeer
dan tevens eens naar je goed, en geef je duidelijk adres op; het bespaart
je een gang naar het station, wat ook weer iets voor heeft als men logeert
bij iemand die rijtuig houdt; onwillekeurig is men bevreesd misbruik
van zijn gastvrtjheid te maken op 't punt van den wagen te vragen.
Nu je zult dan zeker nog een paar aardige dagen te Soerabaija hebben
voor je naar Makasser oversteekt met een der booten van de Pakketvaart.
De reis duurt niet lang, een paar dagen slechts, maar je kunt op dat
korte traject geducht schommelen, reken daarop, als je last van zeeziekte
hebt.
Neem voor 't dek een makkelijken rottanstoel mee, de krossi malas aan
boord leveren geen geschikte zitplaats op voor jonge meisjes, en doe,
wat ik je in mijn eersten brief reeds schreef en zorg, dat je een goed
uurtje vóór 't vertrek aan boord bent, om je hut een beetje
op orde te maken.
[41:]
Je zult zelve wel
zien, dat 't veel huiselijker toegaat op een pakketboot, dan op de groote
mailboot, en Dolly lief, neem 't goede hiervan aan en vermijd 't minder
goede.
Kleed je in bébé of reform, nooit in sarong en kabaija,
je weet trouwens, hoe ik er tegen ben dat iemand anders dan de huisgenooten
een jong meisje in die kleederdracht ziet.
Houdt je maar heel kalm aan boord, je zult het er zeker uitstekend hebben,
want bijna zonder uitzondering zijn de booten keurig netjes, de officieren
beschaafde hulpvaardige lui, is 't eten uitmuntend en zijn de jongens
goed gedresseerd; zelve deed ik zoo menig reisje in onze archipel, en
weet er van mee te praten.
Het is volstrekt niet noodig als de boot vol is, dat je kennis maakt
met alle passagiers; is er een getrouwde dame aan boord, die je aardig
lijkt, sluit je dan wat meer aan. Licht vindt je er iemand die je kent.
En nu stel ik me maar voor dat je rustig een nachtje bij de Frinkers
geslapen hebt en je er over denkt waar je eerste schreden heen moeten
gedaan worden.
Natuurlijk begin je bij 't hoofd van de school, waaraan je geplaatst
bent, de meisjesschool, niet waar?
De hoofdonderwijzeres komt na éénen thuis, zorg, dat haar
dan je briefje wacht, waarin je belet vraagt. 't gemakkelijkste is je
briefje in enveloppe te sluiten met een schoon leitje; daar kan dan
dadelijk 't antwoord op geschreven worden.
De vorm ken je wel: "Geachte mevrouw of Geachte Juffrouw met de
naam er achter."
[42:]
Indien het U gelegen
komt, zoude ik gaarne heden in den vooravond u een bezoek komen brengen.
Beleefd groetend blijft ik achtend uw Dienstw. en dan je naam.
Je hebt van te voren reeds geinformeerd hoever de hoofdonderwijzeres
van je vandaan woont en je zorgt dan precies ten 7 Ure bij haar te zijn.
De volgende dagen komen je collega's aan de beurt, en dan de autoriteiten
op de plaats. 't Beste is aan de hoofdonderwijzeres een lijstje te vragen
van de personen, aan wie je een bezoek schuldig bent; zij is reeds sedert
eenigen tijd op de plaats en kan je het beste raden.
Als je ergens een bezoek brengt, waar zich reeds getrouwde of oudere
dames bevinden, vraag je beleefd aan de gastvrouw om je eens voorte
stellen. Zij doet dit door eerst jou naam te noemen en dan die der oudere
dame.
Een heer, oud of jong wordt daarentegen aan jou voorgesteld; zijn naam
wordt dus eerst genoemd dan die van je zelve.
Bij 't voorstellen worden tallooze malen fouten gemaakt, hoe dikwijls
hoorde ik niet oude dames aan jeugdige deerntjes voorstellen of jonge
meisjes aan heeren. 't Is dikwijls een gevolg van zenuwachtigheid of
onbekendheid met vormen en 't is toch zoo gemakkelijk te onthouden.
Spreek de beide namen altijd duidelijk uit, 't geeft zoo'n gedwongen
conversatie, als men voorgesteld zijnde, nog niet weet met wien men
spreekt.
Ongelukkig treft men het, als degene, die ons voorstellen moet, onze
naam vergeten is, wees dan niet beleedigd, Dolly, geloof me 't is voor
[43:]
haar veel pijnlijker;
doch kom met een vriendelijk lachje of een grapje te hulp; de memorie
gaat bij ons allen in Indië achteruit en 't is heusch niet iets
om kwalijk te nemen.
Ik woonde vele jaren geleden eens een typische scène bij, die
ik je even wil vertellen.
In een der garnizoensplaatsen op Java zou de generaal der afdeeling
komen inspecteeren; hij logeerde bij den assistent-resident en in den
vooravond was er receptie "met dames" zoo als het in de garnizgensorders
heette.
Om 7 uur was het een heele file voor de voorgalerij, de bataljons adjudant
stond naast den generaal om hem de officieren en hun dames te presenteeren.
Twee luitenants met hun jeugdige echtvriendinnen waren samen opgewandeld,
en bij het opgaan der trappen, had mijnheer A aan mevrouw B de arm geboden,
terwijl zijne vrouw met mijnheer B daarachter aan kwam. De adjudant
kende natuurlijk beide families heel goed, doch, hoe 't kwam weet niemand,
misschien was hij ook een beetje zenuwachtig, maar hij noemde heel kalm
op "mevrouw en mijnheer A," en toen "mevrouw en mijnheer
B."
Vier paar oogen kelcen even verbaasd op, doch, om den plotseling vuurrood
uitzienden adjudant geen koopje te geven, werd zwijgend voor den generaal
gebogen en doorgeloopen.
Op dit oogenblik was het zeker een blijk van goede opvoeding, de vergissing
niet te releveeren, maar ach, wat werd de arme voorsteller geplaagd
met zijn "changez de dames" en hoeveel malen moest hij niet
hooren dat de heeren nog geen
[44:]
altruisme genoeg
bezaten om eene dergelijke verwisseling van echtgenoote goed te keuren.
Denk er om Dolly, als je visite ontvangt, de dames dadelijk te vragen
hare handschoenen uit te trekken, mocht er eens een officier bij zijn,
dan verzoek je beleefd zijn sabel af te willen doen.
Tracht 't gesprek die richting uit te brengen, dat het zoo min mogelijk
persoonlijk blijft; probeer eens wat andere zaken op het tapijt te brengen,
je zult zien het gesprek wordt er zooveel te levendiger door.
Als je zelve ergens een visite maakt zullen de andere de richting wel
aanwijzen, dan heb je gewoonlijk veel te luisteren en weinig te praten.
En goed luisteren is een heele kunst, die lang niet iedereen verstaat;
de meesten praten liever zelf en hebben geen geduld een ander aan te
hooren.
Spreek liefst nooit over personen, als je niet heel goed de menschen
kent, tegen wie je praat, 't is nu eenmaal een treurige waarheid, dat
men door het verkeerd overbrengen van zijn woorden het slachtoffer kan
worden van te veel openhartig vertrouwen.
Als je met vreemden in gezelschap bent, zet dan een driedubbele wacht
voor je lippen; akelig hé Dolly al die waarschuwingen, maar kindje
de wereld is niet altijd even mooi.
Op een receptie gaan de jongelui dikwijls à part in een zijkamer
of in de achtergalerij zitten, die dan ook daarvoor wat gezellig is
gemaakt, de getrouwde dames en heeren blijven in de voorgalerij.
Zelden wordt gebroken met de oude indische
[45:]
gewoonte de dames
en heeren à part te zetten en toch zou menige receptie minder
vervelend zijn, als men voor goed die stijve manier van ontvangen afschafte.
Ik ben nu een oude vrouw, en durf het gerust te zeggen, maar ik amuseer
me veel beter als het gezelschap een bonte rij vormt, dan op die geiten
partijtjes.
Dames hebben elkaar dikwijls zoo weinig te zeggen, als ze elkaar voor
't eerst ontmoeten en dan hier in ons zonneland is een visite en vooral
eene receptie voor menige huismoeder een plaag.
Gewoon zich niet dikwijls te kleeden, heeft ze 't heel warm in de mooie
japon, ze piekert over de kinderen, en voelt zich absoluut ongenoeglijk,
allemaal dingen die nu niet direct animeerend op het gesprek werken.
Zit ze nu naast een dergelijk slachtoffer, dan kan je verzekerd zijn,
dat er geen twintig woorden worden gesproken, en de waaiers alleen druk
in de weer zijn.
Maar laat er eens een prettige prater naast haar zitten, die zijn wereld
en zijn menschen kent, dan spant zich al meer en meer 't straks nog
zoo ernstige gelaat; ze vergeet de warmte, de nauwe japon en de kinderen
en als 't 8 uur slaat, begrijpt ze zelve niet, waar dat uur gebleven
is.
En ten spijt van al mijn achtbare zusters feministen, superieure vrouwen
etc. dun ik met mijn grijze haren best bekennen, dat ik in een groot
gezelschap van vreemde of bijna vreemde menschen liever tusschen twee
heeren dan tusschen twee dames zit.
[46:]
Zou 't niet komen,
omdat de meesten zich ook dikwijls weinig moeite geven eens aan 'tgesprek
mee te doen?
En nu is dit een heele lange brief geworden en neem ik afscheid van
je. Tot spoedig lieve Dolly, wees in gedachte de hand gedrukt door
je tante E.