Wat was het toch van morgen een beweging in de dispens! [Provisiekamer]
Kromo en Ali zijn nog moe van het loopen en springen dat ze moesten
doen en hebben dus van middag er een half uur langer om geslapen en
zus Sophie heeft van schrik wel drie glazen woenies troop [Inlandsche
limonade] gedronken.
Maar wat is er toch gebeurd? Wacht, ik zal het u in 't kort vertellen!
Sophie was druk bezig in de goedang, [Ook provisiekamer]; zij gaf de
bras [Ongekookte rijst] aan de meiden, voor de rijsttafel, en juist
kwam Ali de staljongen om de padi [Ongebolsterde rijst] voor de paarden
te halen, toen er in het rek tusschen de flesschen wijn zich iets bewoog.
Sophie ging terug en gaf een gil, dien Kokkie in de keuken hoorde en
zelfs Kromo, die de lampen onder het afdak poetste, schrikte er van.
"Ada, apa nonna?"[Wat is er juffrouw?] vroeg hij en liep naar
de dispens. Daar stond nonna Sophie, altijd door schreeuwend op een
stoel en wees achter de tempajang [Tobbe], waarin de padi bewaard werd.
"Tiekoes, tiekoes besaar"[Een rat] is 't eenige wat zij roepen
kan. Ali doet ook niet veel meer dan schreeuwen, maar Kromo is er vlugger
bij en hij neemt een groot stuk hout; daarmede steekt hij achter de
tempajang en werkelijk daar komt een reusachtige rat aan.
Geen wonder, dat Sophie schrikte, zij die reeds bang is voor het kleinste
muisje, terwijl dit beest zoo groot is als een kleine kat. Kromo houdt
flink jacht op de rat en 't gelukt hem eindelijk haar dood te slaan.
Nu eerst durft Sophie van haar stoel afkomen en zij kijkt het doode
dier nauwelijks aan, zoo bang is zij er nog voor; van middag zal het
haar eerste werk zijn papa te verzoeken een kat te mogen hebben, die
zij 's avonds in de gedang wil opsluiten.
O, wat zal die kat daar lekkere beetjes vinden, wanner er ten minste
nog meer zulke ratten zijn als die door Kromo is doodgeslagen.