doorzoek de gehele Leestrommel
Leestrommel
Leestrommel

a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z

Anne Busken Huet-van der Tholl: Brieven aan Sophie Potgieter


Batavia,1 Junij 1875

Lieve Sophie,

Inderdaad was uw stilzwijgen ons lang gevallen, en uw brief ons daarom dubbel welkom. Och wat zijt gij nog bedroefd. En dat wil ik wel gelooven. Vrouwen die haar leven sleten met een man, zooals uw broeder was, hebben eindelijk geen eigen bestaan meer, en wanneer zij hun metgezel komen te verliezen, neemt hij de beste helft van haar aanzien met zich mede.-

Doch het is daarom dat ik u, in ernst, nogmaals het voorstel doe, om voor uw volgend leven uw tehuis bij ons te nemen; het te beproeven althans. De omgang met Huet zal u eenigszins die van uw broeder vergoeden, Van Gideon hebt gij altijd veel gehouden; en wij zamen konden het steeds goed vinden. Wij konden dan zamen wandelen, bloemen kweeken, elkaar verplegen in ongesteldheid; wat niet het minst is, te zamen over den overgetelijken doode spreken. Wilt gij de direktie over het huishouden voeren, volgaarne; ik erken mijne minderheid tegenover u; en Huet zo het zeker niet minder goed hebben, onder uw bestuur, dan onder het mijne.

Het eenige bezwaar is, dat Huet, na den dood van uwen broeder, niet den minsten lust meer gevoelt om zich met der woon in Holland te vestigen. M.[ijnheer] Potgieter was de eenige band die hem nog bond. Daarbij komt, dat wij aan Gideon wenschen eene buitenlandsche opvoeding te geven, zoodat het plan nu is, dat wij ons te Parijs vestigen zullen. Niet om daar in weelde te leven, in het geheel niet. Maar opdat Huet er voor zijne courant, die hier blijft bestaan, zou kunnen werken, en Gideon er studeren zou. Doch zoo heel veel zwak op Holland hebt gij ook niet, geloof ik. Daarbij zijt gij altijd gewoon geweest van tijd tot tijd iets goeds te zien en te hooren; aan die behoefte van u kan dan ook voldaan worden. - Dat gij welligt nog tot Mei 76 in het groote huis zoudt moeten blijven, zou mij voor u spijten, doch, wildet gij aan ons voorstel gehoor geven, zou het goed komen, omdat ons vertrek naar Europa weder is uitgesteld moeten woren, om de zaken; en wij nu juist eerst in het voorjaar van 76 zullen kunnen vertrekken, en Hiet dan plan heeft zich terstond te Parijs te gaan vestigen, ten einde Gideon zoo spoedig mogelijk aan de studie te brengen.

Denk dus s.v.p. ernstig over ons voorstel na, en zeg ons uwe meening. Doordien ons vertrek is uitgesteld kan er van het zamen reizen met de familie Birnie nu in het geheel niet komen; en zijn wij dus volkomen vrij. Het zamenwonen met u, zou ons alle drie even zeer toelagchen.-

Eergister was Gideon jarig. Huet had voor die gelegenheid al de verzen van den heer P. betrekkelijk ons, laten drukken op fraai groot papier en daarvan een bundel gemaakt, die hem werd aangeboden, waarmee het kind overgelukkig was. Dien dag echter, trof mij een grooten ramp. Mijne trouwe lieve meid, mijn eigen lijfmeid, zooals men hier zegt, die mij 7 jaren trouw en hartelijk gediend heeft, stierf in den tijd van een paar uren aan de cholera. Ik ben er zeer bedroefd om, en mee onthoud; zoodat ik het druk heb van daag en mijn brief nu moet afbreken. Later spoedig meer,

Uwe hartelijk liefh.

Anne B. Huet


inhoud | vorige pagina | volgende pagina