[9:] II.
De kamer, waarin
al hare poppen en ander speelgoed bewaard werden en die dan ook Angelientje's
paviljoen werd genoemd, lag in de bijgebouwen, maar was toch door een
met klimop overdekten gang aan de achtergalerij verbonden.
Vóór het paviljoen was een tuintje, dat het meisje zelf
met behulp van Kebon, den tuinman, onderhield. Elken morgen vóór
dat zij naar school ging, kwam Angelientje hier met haar harkje de paadjes
bewerken en de bloemen begieten uit het groene gietertje, dat tante
Phine haar uit Holland had gezonden.
Het tuintje zag er frisch en vroolijk uit; in een hoekje stond een priëeltje
met een poppentafel en poppenstoelen, waar zij soms theevisite hield,
hetzij met hare poppen of wel met hare vriendinnetjes; dan mochten de
kindertjes, zooals de jonge dames hare poppen noemden, in den tuin spelen,
de mama's redeneerden dan zeer ernstig over de gebreken der dochters
en hare dure toiletten. Angelientje schonk thee en vandaag besloot zij
ook Jeanne en Emilie eerst in het priëel te ontvangen.
Zij plukte dus twee van hare vijf bloeiende rozen en een dozijn half
geopende melati's, voegde daar nog een takje heliotrope bij en een paar
geurige tjempaka's, omgaf de bloemen met wat fijn tjemaraloof en trad
in haar kamer om een geschikt vaasje te zoeken.
De kamer was vol met speelgoed, want Angelientje was een lievelingskind
van alle vrienden en kennissen harer ouders en werd dus op haar verjaardag
en Sint-Nicolaas overladen met geschenken.
Een hoekje was tot poppensalon ingericht; alles was er compleet vanaf
het fraaie ronde tafeltje tot aan de kleine canapé, waarop juffrouw
Mimi en juffrouw Toetie zaten; daarnaast, door een klein schutsel gescheiden
van
[10:]
het salon, was
de slaapkamer waarin de kleerkast van de beide kinderen stond, het ledikant,
de waschtafel enz.
Angelientje, na hare bloemen in een keurig vaasje te hebben gestoken,
ging over tot het toiletteeren van hare beide dochters. Mimi was ziek
en mocht in sarong-kabaya blijven. Toetie daarentegen kreeg een baljapon
aan en werd op de canapé van het salon geplaatst; Mimi bleef
in bed. Angelientje was een net kind, zij zag eerst haar kookfornuisje
na of dit wel goed in orde was en daar juist Djêba de kleine meid
binnenkwam om haar te vragen of zij wat noodig had, vroeg zij houtskool,
groenten, melk en een paar stukjes vleesch.
Men zou vandaag eerst soep eten en daarna biefstuk. Verder zou Emilie
de pudding maken, waarin zij zoo uitmuntte. Angelientje regelde alles
met het ernstigste gezicht der wereld; zij voelde zelf dat zij vandaag
een zeer gewichtige persoon was; een jarige dochter des huizes, wie
zou daar geen eerbied voor hebben?
Djêba hoorde nonna's wenschen ernstig aan en zij was reeds de
deur uit, toen Angelientje haar toeriep om aan mevrouw wat koffie te
vragen om uit het nieuwe serviesje te drinken in het priëel.
Terwijl Angelientje het koffiegoed klaar zette op de priëeltafel,
begon zij de kleine Djêba te beklagen, die nooit jarig was en
die toch altijd grooter werd en in het laatste jaar reeds over het hoofd
harer kleine meesteres kon heen zien.
Het waren zulke prettige dagen die verjaardagen; reeds weken te voren
rekende het meisje uit hoeveel malen zij nog moest opstaan, vóór
die vurig verlangde dag er eindelijk was, en hoe vleiend dat iedereen
vandaag in de weer was alleen om haar!
Er werd een servet op de tuintafel gelegd, en het bouquetje naast het
theeblad geplaatst; na rijp beraad besloot het kleine mamaatje Mimi
maar te laten opstaan en een morgentoiletje aan te trekken, want Toetie
kon toch niet in haar tarlatane japon alleen in den tuin gaan
[11:]
koffiedrinken.
Juist was Angelientje met dit belangrijk werk bezig, toen haar mama
binnenkwam met een klein teer meisje aan de hand, dat een bouquet en
een pakje droeg.
"Hier is Jeanne al, Lientje, kijk eens wat ze heeft meegebracht."
De beide meisjes verwelkomden elkander recht hartelijk en de jarige
nam blijde bouquet en pakje aan. Er waren een paar kousebandjes in,
die Jeanne zelf had geborduurd.
"Och, wat is dat lief!" riep Angeline, "en dat jij ze
zelf hebt gemaakt, dat vind ik vooral zoo leuk. Nu weet ik, stoute meid,
wat je dien dag voor mij verstopte!"
"Wat is dat mooi gewerkt!" zeide mevrouw de Roze, het borduursel
opmerkzaam beschouwend. "Jeanne, je mag Lientje een lesje geven.
Ik geloof niet dat zij het zoo goed kan."
"O ja wel, mevrouw. Zij..."
"St, st, niet klappen Jeantje! Mama zal het wel zien als het tijd
is, maar wat ben je stil gekomen. Ik heb geen rijtuig gehoord."
"Ik heb geloopen met baboe!"
"Geloopen, foei Jeanne, dat is te ver!"
"Ik had met je mama afgesproken, dat ik om negen uur ons rijtuig
zou zenden," zei mevrouw de Roze, "maar 't is nog een kwartier
er voor!"
"Mama was bang dat het te lastig zou zijn, omdat mijnheer naar
de stad moet gaan," antwoordde Jeanne een beetje verlegen en blozend.
"'t Is ook niet ver en vandaag niet warm."
"En waren er veel kinderen op school, Jeanne?"
Mevrouw Vonkers, Jeanne's mama, was een schoolvriendin van mevrouw de
Roze, maar terwijl deze, met een rijken koopman getrouwd, in weelde
leefde, was het mijnheer Vonkers minder goed gegaan; hij had een betrekking
op een der kantoren, die hem niet in staat zou gesteld hebben om zijn
vrouw en zes kinderen, te onder
[12:]
houden, zoo mevrouw
niet het geluk had gehad in haar jeugd veel te leeren.
Zij was vóór haar huwelijk gouvernante geweest en daar
een zuster van haar man het huishouden waarnam, kon zij aan een tiental
kinderen les geven.
Angelientje en Emilie leerden bij haar,en de kleine Jeanne natuurlijk
ook; vandaag hadden ze echter alle drie ter eere van de jarige vacantie
gekregen.
Mevrouw de Roze liet de meisjes alleen en Jeanne hielp haar vriendinnetje
Mimi aankleeden.
"Ze is ziek geweest," zeide Lientje, "maar vandaag is
het wat beter: je weet, zij is wat lui van aard, daarom was ze liever
in bed gebleven..."
"Foei, Mimi op mama's verjaardag."
"Dat heb ik haar ook al gezegd en nu moeten we haar een beetje
aankleeden. Heb jij Beatrice niet meegebracht?"
"Jawel, zij is nog in die boenkoesan." [Pak]
"Kom, dan moeten we haar gaan halen."
Hand in hand trippelden ze weg; Djêba zette het servies klaar
onder het priëel en bracht het fornuis onder het afdak.
De boenkoesan was in Angelientje's kleedkamer neergelegd; Jeanne maakte
het pak open en haalde er hare Beatrice uit, die echter lang zoo mooi
niet was als haar naam.
"Is dat je japon?" vroeg Lientje.
Zij zag wel dat het eenvoudige wit neteldoeksche kleed al een paar maal
gewasschen was en de linten er een beetje verschoten uitzagen, maar
zij was te beleefd om hier iets over te zeggen en merkte alleen op,
dat het heel netjes zou staan, wanneer Jeanne een krans van natuurlijke
bloemen op haar hoofd wilde dragen.
"We kunnen dat vanmiddag wel maken. Mama heeft gezegd, dat we na
het baden, ons nog niet dadelijk mochten kleeden, maar eerst in een
baatje rondloopen tot een
[13:]
uur of half zeven.
Vindt je dat niet heerlijk, Jeanne, dan blijven we achter tot het donker
is?"
Een gerol van wielen, deed beiden tegelijk uitroepen:
"Daar is Emilie," en ze liepen naar voren.
Een meisje iets grooter dan Angelientje, stapte uit het fraaie rijtuig,
gevolgd door een baboe, die een groot pak droeg, waaruit men iets roze
zag schemeren.
"Ik feliciteer je wel, Angeline," zei de nieuw aangekomene
met een recht deftig gezicht. "Dag Jeanne, ik wist niet dat je
ook verzocht was! Wat ben ik blij, dat je juist op een Woensdag jarig
bent, Line, die grammaire vind ik hoe langer hoe vervelender."
Mevrouw kwam nader en ontving Emilie's begroeting, die echter door geen
bouquet of cadeautje vergezeld was, en verzocht de baboe het pak in
de kleedkamer te brengen.
De aandacht van Emilie was aldoor getrokken geweest door het rose tarlatane
en zij had geen rust voor mevrouw de Roze, het keurig opgemaakte jurkje
uit het pak bevrijd en op een stoel uitgespreid had.
"O, hoe mooi," riepen de beide meisjes als uit één
mond. Het balcostuumpje was dan ook om te stelen, heelemaal van rose
gaas, bezaaid met witte roosjes en knoppen.
Emilie maakte geheimzinnig een doos open, waaruit Angelientje even dacht
dat een verrassing voor haar moest komen, maar neen! het bevatte een
mooien bloemenkrans, voor Emilie's eigen blonde krullen.
Na alles bewonderd te hebben, vroeg Angelientje:
"Maar ik zie Dora niet. Is ze thuis gebleven?"
Emilie zag haar vriendinnetje verbaasd aan.
"Foei Line, speel je nog met de pop? En je bent vandaag twaalf
jaar geworden. Neen, sedert ik jarig geweest ben, heb ik Data aan de
kleine Mien gegeven en speel niet meer met haar."
"Niet meer?" vroeg Jeanne verbaasd.
"Dat Jeanne, zoo'n klein ding nog met de pop speelt,
[14:]
dat begrijp ik,
maar Angeline, die bijna zoo groot is als ik, foei, dat past niet meer!"
"En wat zullen we dan spelen?" vroeg Angelientje een beetje
teleurgesteld en Jeanne drukte haar Beatrice dichter aan het hart en
was misschien blij, nog niet oud genoeg te zijn om van haar gescheiden
te worden.
"Wat spelen? Wel als groote meisjes spelen wij. Laat nu eens je
cadeaux zien. Heb je veel gekregen?"
Angeline nam Emilie bij de hand, maar deze schudde het hoofd en bood
hare gastvrouw den arm aan.
Kleine Jeanne echter greep Angelientjes andere hand en zoo ging het
naar 't paviljoen.
Vol trots toonde Angelientje haar servetring en Robinson en bood hare
bonbons beide meisjes aan.
"Hoe mooi, hoe mooi!" riep het eenvoudige Jeantje. Emilie
trok een hoogst gewichtig gezicht, bekeek den ring aan alle kanten,
tikte er mee tegen de tafel en zeide:
"'t Lijkt wel echt. 't Is zeker bij van Arcken gemaakt, men kan
zien, dat het geen Hollandsch werk is. Wij gebruiken nooit servetringen
maar sachets. Dat is ouderwetsch!"
"Och wat mooie plaatjes!" riep Jeanne, die het boek doorbladerde.
"Laat eens kijken! Wat is dat? Robinson Crusoe! Foei, wat een jongensboek,
daar hebben meisjes niets aan!"
"Papa zegt toch dat het zoo nuttig en mooi is," verontschuldigde
Angelientje.
"Foei, nuttig is vervelend; de brave Hendrik is ook nuttig. Ik
vind al die kinderboeken vervelend. Als ik iets moois lezen wil, vraag
ik Gusta of Neetta om het een of ander. Die hebben eerst rechte damesboeken.
Bah, wat zijn me dat voor dingen? Heeft Djêba die gemaakt? Kassian!"
Arme kleine Jeanne, 't waren hare kousebandjes; die deze afkeuring opwekte.
Angelientje werd even rood als de schuldige en zeide flink:
"'t Schijnt dat je niets van mij mooi vindt, Emilie, het
[15:]
pleit niet voor
je smaak; deze kousebanden heeft Jeantje gemaakt en mama zelfs vindt
ze heel netjes en lief gewerkt."
"Zoo, zijn ze van Jeanne?"
Nu was 't Emilie's beurt verlegen te zijn, daar ze er op eens aan dacht,
dat het haar toch ook wel gepast had iets aan Angelientje te geven,
te meer daar deze haar verjaardag ook niet vergeten had.
"Ik wist niet waarmee je plezier te kunnen doen," zei ze na
een poos bedenkens, "je moet het mij maar eens zeggen hoor, dan
krijg je het nog."
"Zullen we nu koffie drinken?" vroeg de gastvrouw.
"Mag Beatrice mee komen?" fluisterde Jeane.
"Wel zeker, ik neem Mimi ook mee!"
Het serviesje had de eer in mejuffrouw Emilie's smaak te vallen. "Jeanne
laat jou pop nu niet bij ons zitten. Kinderen mogen met alles hooren
wat oude menschen spreken, en neem Mimi ook mee."
"Maar ze zijn geen kinderen meer, Beatrice en Mimi hebben al lange
kleeren aan. Ze zijn al achttien jaar oud, niet waar Lientje?"
"Wat kinderachtig praat je toch, Jeanne, als wij mevrouwtje willen
spelen moet je ook verstandiger zijn."
"We zullen ze maar op een stoel laten zitten," raadde Angelientje,
"dan hinderen zij niemand."
Emilie was een nuf, maar ze had er veel slag van allerlei spelletjes
uit te denken, en de beide andere meisjes die met zekeren eerbied naar
haar opzagen, met mooie ver halen te boeien, waarnaar zij met oor en
mond luisterden.
Na de koffie, die soms onderbroken werd door het ontvangen van 't een
of ander cadeau, van mevrouw Zus en mijnheer Zoo werd er keukentje gespeeld.
Jeanne en Angeline waren zonder het zelf te weten de helpster van Emilie,
die het vleesch op zijn Fransch braadde en een pudding maakte à
la Chipolata.
't Is waar dat het Fransche vleesch zoo hard was als steen, maar daar
had het fornuis schuld aan en toen de
[16:]
suiker vergeten
was in de pudding, raadde zij aan om die maar er over te strooien.
Toch kon Jeanne het gebak moeilijk door de keel krijgen, wat Emilie
de boosaardige opmerking deed maken:
"Jeanne is ook niet gewoon aan zulk soort van pudding. Die eten
ze bij haar thuis zeker nooit, wij hebben alle dagen een dessert, maar
dat is niet zoo bij iedereen."
En zoodra het kind even weg was, fluisterde zij Angeline toe: "Heb
je wel gezien hoe haar baatje is gestopt. Ik geloof dat ze vanavond
een belachelijk figuur op het bal zal maken."
De heerlijke rijsttafel van mevrouw de Roze vergoedde ruimschoots alle
ongelukken van Emilie's kokerij.