[5:]
I.
Angeline de Roze
was twaalf jaar geworden.
Reeds om zes uur was mamaatje voor haar bed gekomen en had haar wakker
gekust.
Dit was wel iets heel bijzonders!
Angelientje kreeg dien dag geen wit baatje aan, zooals gewoonlijk, maar
een frisch katoenen jurkje met een Hollandsch schortje en mama legde
wel dertig papillotten in het dikke haar, die voor 's avonds een mooien
krullebol voorspelden. Toen ze eindelijk klaar was, ging zij, het hartje
kloppend van blijde verwachting, aan mama's hand naar de achtergalerij.
Papa zat in zijn schommelstoel te lezen; zij liep naar hem toe en hij
nam zijn jarig dochtertje op den schoot:
"Wel, wel, wat heb ik al een groote dochter. Vind je niet mama,
dat zij vannacht een half hoofd gegroeid is?"
"Ze is bijna zoo groot als ik," lachte mama.
"En nu beste meid, ik feliciteer je hoor en blijf nu maar altijd
even lief als je tot nu toe geweest bent, dan zijn we zeer tevreden;
niet waar mama?"
"Ja zeker!" en mama zag beteekenisvol de jarige aan, die wel
begreep wat die blik zeggen moest, want zij liep uit papa's armen weg
en hare moeder omhelzende, fluisterde zij:
"Ik beloof het u, maatje lief, ik zal het nooit meer doen!"
[6:]
Mevrouw de Roze
sloot haar mond met een kus en papa vroeg lachend:
"Heb jullie geheimen? Kom, kom, laat ons gaan ontbijten, mama.
Dit jaar doen wij niet aan cadeaux, hè!"
Angelientje had echter al een schuinschen blik geworpen op de tafel,
waarop het ontbijt stond.
Haar tabouretje was voor vandaag vervangen door een grooten stoel zooals
die van papa en mama; voor haar couvert stond een bouquet en er lag
een groot servet over haar bord uitgespreid.
"Mag ik?" vroeg zij met schitterende oogen.
"Eten, wel ja zeker!"
Papa zette zich naast haar, mama voor het theeblad en reeds wilde zij
het vurig verlangde ontdekken door het servet weg te nemen, toen mama
ernstig sprak:
"Eerst bidden!"
Ik vrees dat Angelientje's gebed op den morgen van haar twaalfden verjaardag
niet zeer aandachtig geweest is. Ze hield wel de vingertjes voor de
oogen, maar of deze dicht genoeg aan,eengesloten waren om elken blik
daar tusschen te beletten... ik weet het niet, maar ik twijfel er sterk
aan.
Eindelijk was het oogenblik gekomen en de handen hielden voorzichtig
het servet vast.
"Niet te gauw," vermaande vader, "dan is de pret al te
spoedig voorbij!"
Maar neen, Angelientje schoof met een ruk het bedeksel weg en
Daar lag op haar bord een heel mooi gebonden boek;
"Robinson Crusoë," waarnaar zij al zoo lang had verlangd
en een servetband van zilver, dan nog een doos vol bonbons en een beeldig
serviesje van Fransch porselein met bloempjes er op.
Zooveel had Angelientje niet verwacht en dat ze toen mama en papa nog
eens recht hartelijk om den hals viel en met zoentjes overlaadde, wie
zal dit niet begrijpen?
Van het eten kwam niet veel, waarover mijnheer wat
[7:]
knorrig werd. Foei,
waarom deed Lientje niet zooals hij en at tenminste haar twee sneedjes
brood op, mama had haar die cadeautjes eerst na het ontbijt moeten geven,
hoe zou ze ooit groot worden, als zij zoo weinig bleef eten?
Meisjes van twaalf jaar aten tenminste drie boterhammen met rookvleesch.
Angelientje deed haar best papa pleizier te doen, maar het ging moeilijker
dan zij dacht; de pret had haar den eetlust benomen.
"En weet je nu wel van wien die Robinson is?" vroeg mama,
toen zij Angelientje erg geboeid zag in de beschouwing der plaatjes.
"Neen ma, van U?"
"De servetband is van mij en het serviesje van papa!"
"Daar weet ik niets van, hoor!" lachte mijnheer de Roze. "Vrouw
je bereddert alles alleen en geeft er mij de schuld van."
Mevrouw zag haar man even verwijtend aan en ging voort tot Angelientje:
"En dat suikergoed is van ons beiden en de Robinson..."
"Die doet mij 't meeste pleizier, mama!"
"Is van Dolf."
"Heeft hij die uit Holland gestuurd, mama?"
Mevrouw dacht eventjes na.
"Ja hij komt wel uit Holland natuurlijk... maar dat doet er niet
toe. 't Is een present dat papa en mama je geven uit naam van Dolf.
En je moet nu een lief briefje schrijven om hem daarvoor te bedanken."
"Maar toch niet vandaag, niet waar mama? Straks komen immers Emilie
en Jeanne en we zouden graag keukentje willen spelen voor 't paviljoen!"
"Neen, neen, wees maar niet bang, het heeft zoo'n haast niet,"
stelde papa gerust, "je broer is ook zoo vlug niet met schrijven."
"hij heeft ook heel veel te doen, nietwaar papa?"
[8:]
"O ja, heel
veel. Zeg 'res kleine, als jij in Holland was, en wij hier, hoeveel
maal zou je papa en mama schrijven?"
"Wel ik denk alle dagen," antwoordde zij dadelijk.
"Dat moest Rudolf eens hooren, die bengel!"
"Geen wonder," zuchtte mevrouw, "uit het oog, uit het
hart!'
Dit woord scheen meneer niet recht aangenaam te vinden, want hij stond
zwijgend op, stak een sigaar aan en ging de galerij een paar malen op
en neer.
"Hij zal wel spoedig hartelijker worden, als wij in Europa komen,
en hij niet meer behoeft te schrijven, dat hij aan ons denkt,"
zeide mevrouw op haar gewonen zachten toon.
"Angelientje zou ons niet zoo spoedig vergeten."
"Ik zou Rudolf niet meer herkennen, geloof ik," verzekerde
zij, na een poos nadenken: "maar hij is grooter dan ik en zal dus
nog wel weten hoe ik er uitzie."
Papa antwoordde hier niets op en ging naar de badkamer, terwijl mama
met de keukenmeid raadpleegde over hetgeen er dien middag en avond wezen
moest: want deze verjaardag, misschien de laatste vóór
het vertrek van de familie naar Holland, zou op bijzondere wijze gevierd
worden.
Angelientje mocht haar twee beste vriendinnen verzoeken om den geheelen
dag bij haar door te brengen en 's avonds zou er kinderbal zijn, waarvoor
de jarige zelf de invitaties had rondgezonden.
Geen wonder, dat mama het dus vandaag heel druk had en Angelientje reeds
dagen te voren aan: het droomen was geweest van de pret, die haar wachtte.