VII.
Een maand later zat Emma weer voor 't theeblad en Willem te rooken
bij 't vuur, toen een van de kinderen opgewonden en hijgend met een
courant in de hand kwam binnen stuiven.
"Hier, hier, Mama, dáár staat 't!"
Emma greep 't blad, Willem spring op.
"Waar?- Wat? - Waar?"
"Hier - hier - bij de vertrokken personen - naar Amerika - hier
- ziet u 't?"
"D e g r a a f e n g r a v i n d e B r i e d e S a I n t I g n
a n
" - "Ja, ik zie 't."
Allen spraken dooreen, wilden zien waar 't stond!
Willem keerde zwijgend naar zijn plaats terug, boog 't hoofd, pookte
in 't vuur, en zocht vergeten te worden.
Maar een van de kleintjes had hem zien vluchten, liep hem na, sprong
op zijn knie, wierp hem de armpjes om den hals en zoende met een lach
den traan weg, die hem langs den wang neer rolde.