848 Kwée lêmpêr
Een pond ketan, santen van 2 klappers; het vulsel: een vette kip, 1 geraspte klapper, 20 fijngesneden uitjes, 4 sioongs fijngesneden bawang-poetih, 4 a 5 schijfjes laos, 4 uitgehaalde kemiries, 1 theelepel djienten, 1 1/2 theelepel ketoembar, 1/2 theelepel peper, 1 theelepel zout, een klein stukje trassie, 4 djeroek-poeroet-bladeren, 1 kopje santen kentel, 1/2 kopje bouillon (van de kip), boter, olie, pisang-bladeren, bietings.
De ketan wordt met de santen gaar gekookt.
De kip wordt gaar gekookt in water met zout, het vleesch daarna er af
gescheurd. Al de bovenvermelde kruiden stampt men fijn, bakt ze met
de reepjes kip in boter (of olie) op, doet er den bouillon en de santen
kentel bij en laat dit alles samen koken, tot het een dikke brij wordt.
Als het bijna droog is gebruikt men dit voor vulsel van de gaar gekookte
ketan, die men in langwerpige stukjes gevormd heeft, welke na vulling
dichtgerold en in pisang-bladeren gewikkeld worden. Sluit de pakjes
met de bietings en rooster ze daarna, tot ze gaar zijn.
849 Kwée loempoer sorga
Een pond rijstmeel, 2 ons javaansche suiker, dikke santen van 2 klappers,
3 lepels witte suiker, 10 eieren, klapper-olie.
Maak van alles een goed beslag en bak dit in een poffertjespan, die met olie besmeerd en in een heeten oven geplaatst is.
850 Kwée loempoer sorga (andere bereiding)
Een kattie rijstmeel, santen van een klapper, 1 kopje goela-djawa-stroop,
4 eieren, olie.
Men maakt twee soorten van beslag, het eene: rijstmeel deeg en het
andere: eierenbeslag, als volgt:
De helft van de santen wordt gekookt en met de helft van de hoeveelheid
stroop door het rijstmeel geroerd.
De eieren worden geklutst en met de ongekookte overgeschoten santen
en de rest stroop dooreen geroerd en tot beslag
geklopt.
Men bakt deze koekjes als hierboven (No. 849) en doet in elken poffertjesvorm
een lepel rijstdeeg en daarop een lepel eierbeslag. Met van onder en
boven vuur moeten de koekjes, gaar zijnde, lichtbruin zijn.