5
December.
't Was voor mij
een heel hoofdbreken geweest, mijn Sint Nicolaas cadeautjes voor allen
dit jaar uit te zoeken want in dit ellendige trou is letterlijk niets
voor je geld te krijgen. Ten einde raad zond ik een postwissel van f
5 naar huis en schreef dat zij maar zelf daar iets voor moesten koopen.
Hoe saai!
En nu voor de lui hier: Hugo en zijn moeder! Voor haar was ik gauw klaar;
ik verzocht mama mij een schotel van cuivre poli te zenden om aan den
muur te hangen; zoo één die er precies uitziet als gedreven
koper maar belachelijk goedkoop is.
Dat was in orde maar voor Hugo! Wat geeft men een man, die niet rookt,
geen elegante schrijftafel wil hebben en zelfs geen pantoffels draagt?
Ik weet wel een ding, waar ik hem plezier mee kan doen maar dat vind
ik nu heel overbodig; reeds dikwijls zij hij mij al lachend:
"'t Is een gebrek in je uitzet dat je geen goede atlas hebt meegebracht,
want de mijne is zoo ouderwetsch; er is in de laatste jaren zooveel
veranderd door de politiek en de laatste ontdekkingen."
Nu ja, wie weet hoeveel in 't volgende jaar niet weer veranderd zal
zijn; je kunt voor een gulden een heel aardige schoolatlas koopen, en
daar staat toch ook van alles op. Ik weet wel veel noodiger dingen b.
v. een paar pianolampen.
[84:]
't Is nu wel niet
iets bepaald voor Hugo, maar 't hoort tot het huishouden, en daar heeft
Hugo plezier in. Hij heeft ook plezier in mijn pianospel, dus is 't
ook wel iets voor hem; maar nadat hij mij met mijn Kerstreisje zoo had
teleurgesteld, voelde ik mij zoo boos dat ik in 't geheel niets kocht.
Hugo hield zich of hij niets van mijn boosheid merkte en zoo moest ik
dus van zelf weer goed worden en ik diende hem toch te vertellen van
Brands' komst en van de visite zijner moeder; anders kwam hij het toch
van haar te hooren en dan was 't heelemaal mis. Ik zou Hugo wel een
beetje jaloersch willen zien, dat zou hem leeren zijn vrouwtje beter
te waardeeren maar nu nog niet dadelijk; ik stel mij te veel plezier
voor van mijn muziekavondjes met Dr. Brands.
De man speelt verrukkelijk maar hem kan ik niet uitstaan, dien pedanten
kwast, wat een verschil met mijn lieven, flinken, oprechten Hugo! Al
speelt hij ook op geen enkel instrument, hij is niet waard in de schaduw
van den andere te staan.
Hoe vreemd, dat er niets van huis komt; als mama, die altijd in twist
leeft met de post alles maar niet weer zoo onmogelijk ingepakt heeft
in een oude hoedendoos, die haast uit mekaar valt of dat het adres er
af is; hoe dikwijls krijgen wij de pakjes niet terug of raken ze weg,
maar dat ik van Hugo ook niets geen preparatieven zie!
Hij vindt Sint Nicolaas wel een groote dwaasheid voor volwassen menschen,
maar hij die toch weet hoe ik met mijn Amsterdamsch hart er aan hecht,
zal er toch wel aan denken mij een beetje te verrassen. Of
[85:]
hij laat het zijn
moeder over, dan komt er stellig wat moois van!
Ik vind de dagen voor bet feest onuitsprekelijk lang en vervelend; ach!
hoe heel anders was het 't vorige jaar; wat maakten wij toen aardige
surprises. Toen kon hij wel overkomen, die Hugo! Zijn moeder vond het
ook zeker een dwaze geldverspilling dat hij liever den Sint Nicolaas
bij zijn meisje doorbracht dan bij haar; nu kan zij tevreden zijn, wij
blijven nu thuis, met Kerstmis ook thuis en sparen ons geld voor - onze
kleinkinderen.