[211:]
EENENTWINTIGSTE HOOFDSTUK
In Arenenberg teruggekeerd,
herleefde in haar nog eenmaal de hoop, Louis tot koning van Polen te
zien verheven. Maar de opstand werd gedempt en van een koning was geen
sprake meer. Na den dood van den hertog van Reichstadt, Napoleon II
werd Hortense's zoon de pretendent, de naam keizer. Zij, die nu geen
royalistische koningin meer mocht heeten, verlangde niets vuriger dan
hem op den franschen keizerstroon te zien.
Dit was, ondanks haar verzekeringen van het tegendeel, haar laatste,
liefste illusie, haar zoetste droom.
Zij vleide daarom vele mannen van invloed, o.a. Chateaubriand, wiens
ijdelheid zij streelde door allerliefste, handig ingekleede brieven
van haarzelf en haar zoon.
Hij kwam zelfs op zijn reis door Zwitserland op Arenenberg dineeren,
terwijl madame Récamier er logeerde.
In de Mémoire's d'Outretombe beschrijft hij het dagje, daar doorgebracht
en roemt den tact waarmede Hortense zich in haar moeilijke positie van
koningin en jonkvrouw de Beauharnais gedroeg.
[212:]
Prins Louis bewoonde
een afzonderlijk pavilloen, waar hij omringd was van wapens en oorlogskaarten.
Chateaubriand noemt hem een goed onderwezen, ernstig, studieus jongmensch
met veel eergevoel.
Na het diner zette de hertogin de Saint Leu zich voor de piano en accompagneerde
een jongen schilder met knevels, strooien hoed, omgeslagen hemdsboorden
en een zonderling costuum. Hij jaagde, schilderde, zong, lachte, deed
geestig en luidruchtig. Reeds in Rome maakte hij deel uit van het huishouden
der ex-koningin en scheen er vele rechten te hebben.
Ook liet Hortense aan Chateaubriand een klein Napoleon-museum zien en
las hem fragmenten voor uit haar mémoires. Prins Louis had overal
den voorrang en werd als vorst behandeld.
Hortense gaf de brieven van den keizer aan haar moeder uit en het fragment
harer eigen gedenkschriften loopend over het jaar 1831. Zij zorgde er
voor dat Frankrijk de Bonapartes niet vergat. Haar kalme rust werd in
1836 wreed verstoord, toen Louis Napoleon het garnizoen van Straatsburg
tot opstand aanzette.
Wist zij van zijn plannen? Heeft zij ze voorbereid? Zij ontkent het
ten stelligste, maar zeker is het dat, zij hem vóór zijn
vertrek den trouwring van Napoleon en Josephine gaf met de woorden:
"Als eenig gevaar je dreigt, hebt ge hierin een talisman; hij zal
je geluk aanbrengen".
Het geluk bleef uit, de avontuurlijke prins werd
[213:]
gevangen genomen,
naar Parijs gevoerd, begenadigd en naar New York verbannen.
Koning Louis was diep bedroefd over de nieuwe dwaasheid van zijn zoon
en gaf alweêr aan zijn onverstandige moeder de schuld van zijn
intrigues. Zij was het echter, die onmiddellijk na zijn arrestatie naar
Parijs vertrok en gratie voor hem vroeg; toen keerde zij, na behaald
succes, gebroken en teleurgesteld naar Zwitserland terug.
Haar leven liep ten einde; haar eenig kind was ver van haar, hare laatste
illusies waren verdwenen, haar gezondheid onherstelbaar geknakt. Men
hoopte dat een operatie haar genezing kon brengen; de beroemde professor
Lisfranc uit Parijs, in consult geroepen met geneesheeren van Constans
en Zurich, raadde ze af; er viel niets meer te doen. Men zeide haar
dat een operatie niet noodig was; dat rust en geduld haar zouden genezen.
Zij hoorde het bericht met blijdschap en verlichting aan. Reeds had
zij haar testament gemaakt en haar geestelijke zaken geregeld, nu wachtte
zij kalm en onderworpen haar einde af. Zij was nog pas 54 jaren. Bijna
allen in die dagen van epos en tragedie stierven vroeg; maar welk een
volheid van leven in zoo korte spanne tijds!
In haar testament, zegt Hortense dat zij haar vijanden vergeeft; maar
toch klinkt bitterheid in haar woorden; 't is of die vergiffenis alleen
dienen moet om haar grieven nog eens te uiten.
[214:]
"Dat mijn
echtgenoot een herinnering wijde aan mijn nagedachtenis; dat hij wete,
hoe zeer ik het betreur hem niet gelukkig te hebben kunnen maken".
Zij vergaf aan de vorsten de lichtzinnigheid van hun oordeel, aan de
ministers en gezanten de valschheid van hun rapporten, aan de Franschen,
wien zij weldaden bewees, den laster over haar verspreid. Aan haar zoon
gaf zij geen politieke raadgevingen.
"Ik weet dat hij zijn positie kent en de verplichtingen, die zijn
naam hem oplegt".
Na deze hooghartige verklaringen leefde zij nog eenige maanden; zij
had zich geheel tot God gekeerd en verwachtte niets meer van het leven,
waarvan zij, als weinigen, de hoogten en laagten had gekend.
Een groote troost werd haar geschonken; toen haar zoon het levensgevaar,
waarin zij verkeerde, vernomen had, keerde hij uit Amerika terug en
vond haar nog in leven.
Of de andere zoon, dien men haar toedacht, de Morny, haar nog in deze
laatste dagen bezocht? Heeft zij hem wel ooit gezien?
Den 5 October 1837 kwam het einde. Zij stierf in de armen van Louis,
kalm en gelaten, overgegeven aan den wil van God.
Koning Lodewijk genoot niet veel van de vrijheid, hem eindelijk door
haar dood geschonken. Ziek en zwak sukkelde hij nog acht jaren voort,
tot in 1846.
Ondanks zijn treurige gezondheid bereikte hij den
[215:]
leeftijd van 67
jaar, den hoogsten van alle Bonapartes.
Op Jerome na overleefde hij al zijn broers en zusters.
Werd het hem en Hortense vergund een blik in de toekomst te werpen,
zagen zij in een laatst vizioen de Napoleonlegende herleven in hun zoon,
de groote dagen van het keizerrijk opnieuw schitteren aan het hof van
Napoleon III en Eugenie? Maar dan hadden zij ook moeten aanschouwen
het droevig einde, de debàcle van Sedan, de gevangenschap op
Wilhelmshöhe, het sterfbed te Chiselhurst, alweer in ballingschap,
hun kleinzoon in de woestenijen van Zuid-Afrika gedood door de pijlen
van wilden, zijn hoogbejaarde moeder rusteloos zwervend door alle werelddeelen.
Hortense werd begraven naast haar moeder in de kerk van Rueil. Enkele
getrouwen van het keizerrijk gaven haar het laatste geleide, waarbij
haar kind niet tegenwoordig mocht zijn. Caroline Murat, eens haar bittere
vijandin, Flahaut, de Morny's vader, nu een gebogen grijsaard, brachten
haar de laatste hulde.
Later richtte de keizer der Franschen een prachtig monument op ter eere
zijner moeder, met deze opdracht:
A LA REINE HORTENSE
SON FILS
NAPOLEON III.