[189:]
NEGENTIENDE HOOFDSTUK
Tot in November kwijnde Hortense te Aix, waar men haar verblijf met leede oogen aanzag. Zij streed niet meer en liet zich gaan, overstelpt als zij was door droeve moedeloosheid. Maar men liet haar geen tijd om ziek of bedroefd te zijn. Op verzoek van het fransche gouvernement moest Savoye haar ook het verblijf in Aix ontzeggen en nu begon opnieuw haar zwervend leven. Zij nam den eersten nacht weer haar intrek in haar bezitting Pregny, maar het kasteel werd onmiddellijk door gendarmen omsingeld en zij kon er slechts twee nachten blijven. Vandaar begaf zij zich, steeds onder streng toezicht, naar Bern, verder naar Constans, het grondgebied van haar neef den groothertog van Baden. Hier hoopte zij in veiligheid te zijn: de groothertogin Stéphanie was immers altijd als een tweede dochter van keizerin Josephine en voor haar als een zuster geweest. Maar de groothertog was bang, voor de verbonden mogendheden; hij wilde niets liever dan doen vergeten dat hij aan de dynastie der Bonapartes
[191:]
verbonden was,
dat ook hij een Napoleonide tot vrouw had; 't liefst dacht hij niet
meer aan zijn verplichtingen tegenover de familie van zijn vrouw. De
aankomst van de ongelukkige nicht was hem zeer onaangenaam, en het was
alleen op Stéphanie's dringend verzoek dat hij Hortense toestond
voorloopig daar in een hotel te vertoeven, tot het lente zou zijn.
Zoodra de mooie dagen aanbraken, huurde zij een klein huis aan den oever
van het meer en begon hier wat op te leven. Zij had weer een piano,
maakte muziek, teekende en mocht het bezoek ontvangen van haar broer.
Later ging zij bij hem logeeren op zijn landgoed in Beieren, en zoo,
kwam zij langzamerhand tot kalmte.
In 1817 werd de groothertog gedwongen haar uit zijn staten te verjagen.
Gelukkig vond zij toen in het kanton Thurgau - het zwitsersche gedeelte
van het meer van Constans - hartelijke opname. Zij kocht er het kasteel
Arenenberg, dat fraai gelegen was en een mooi uitzicht gaf op het meer
en de sneeuwbergen, en liet nu haar meubels uit Parijs komen. Met den
haar eigen onovertroffen smaak wist zij van het zwitsersch slot een
allerbekoorlijkst verblijf te maken, dat altijd vele gasten, trok en
waar zij tot ergernis van Frankrijk altijd weer het middelpunt werd
van een grooten kring, die bewonderend naar haar opzag.
Louis Bonaparte schreef haar een langen brief om haar te vragen zich
niet te verzetten tegen zijn
[192:]
verzoek aan den
Paus om nietigverklaring van hun huwelijk. Hortense had geen tegenwerpingen,
maar met den besten wil der wereld was het den Paus niet mogelijk een
huwelijk, dat veertien jaar had geduurd en waaraan drie kinderen het
leven dankten, nietig te verklaren. Zij bleven aan elkander geketend
en Hortense mocht het als een groote gunst waardeeren dat Louis haar
toestond eenige maanden haar oudsten zoon bij zich te hebben.
Over haar opvoeding van de kinderen liet de ex-koning zich alles behalve
gunstig uit en zijn oordeel is niet in overeenstemming met de ideale
wijze waarop volgens mlle. Cochelet, Hortense in hun jonge zielen edele
gevoelens kweekte van vaderlandsliefde, bewondering voor hun grooten
oom, weldadigheid en godsdienstzin.
Toen de elf jarige Napoleon bij zijn vader kwam, zoo schrijft deze,
was het belachelijk te hooren hoe zulk een jong kind op den hoogsten
toon sprak over alles wat er eerbiedwaardigs en ernstigs op de wereld
was.
Hortense zal nu moeten erkennen dat hij veel redelijker, nadenkender
en godsdienstiger is geworden tenvolge van zijn vaders opvoedingssysteem.
Als hij niet alle fouten in zijn karakter heeft kunnen ontwortelen dan
ligt de schuld niet aan hem - Louis - want Napoleon had ze bij zijn
aankomst veel meer dan nu, en Louis - de tweede zoon - was er veel meer
door aangestoken. 't Is een gevolg der treurige omstandigheden, waarin
de
[193:]
kinderen verkeerden
en van het gezelschap van den knecht Béranger, die zich als hun
gouverneur, aanstelt.
Hij is ook niets tevreden over de manier, waarop de oude abbé
Bertrand, hun eigenlijke gouverneur, tegenover Louis optreedt, en alleen
omdat de knaap toch bij zijn moeder moet blijven heeft hij er niets
van gezegd, daar dit toch niet helpen zou. Zijn ongehoorzaamheid, ontzettende
babbelzucht, zijn flauwe grappen, vooral dubbelzinnigheden, waarvan
hij meer dan Napoleon de gewoonte heeft, hebben hem bedroefd. En wat
zijn vorderingen betreft, zijn brieven van thans zijn slechter geschreven
dan die van vóór een jaar. Louis' laatste woorden zijn
snijdend en bitter:
"Om kort te gaan, mevrouw: blijf waar gij zijt! Als gij Beieren
niet verlaten wilt, blijf er dan; maar na eenigen tijd moet ook Louis
bij mij komen. Beschouw u zelf als gescheiden van mij, maar niet wettig!
Draag mijn naam zooals ik dien draag, of leg hem af!"
Wat Hortense hierop antwoordde is niet bekend, maar na dit strenge,
vaderlijke oordeel lijken de zoetelijke anecdoten over Louis' braafheid,
weldadigheid, liefde voor zijn moeder opgeschroefd en onecht.
Het waren tamelijk rustige jaren, die nu voor Hortense voorbijgingen,
slechts nu en dan door treurige gebeurtenissen afgewisseld. In 1821
kwam de doodstijding van Napoleon. Al was hij reeds lang levend dood,
toch schokte het bericht Europa, en niet het minst zijn familieleden,
diep - behalve zijn vrouw, die juist dezer
[194:]
dagen de geboorte
van haar oudsten zoon en tweede kind bij graaf Neipperg wachtte.
Later trof haar het sterven van haar steeds geliefde meesteres madame
Campan; in het laatste jaar van haar leven had zij eenige maanden op
Atenenberg, bij haar oud-leerling mogen logeeren. De goede vrouw, wier
glorietijd ook met het Keizerrijk geëindigd, was en die nog maar
alleen kon leven van het jaargeld dat Eugène en Hortense haar
uitkeerden, verklaarde dankbaar dat dit de gelukkigste tijd haars levens
was geweest en dat Hortense haar met liefdevolle attenties had overladen.
Eenige maanden later stierf zij na een pijnlijke operatie; nog op haar
sterfbed krabbelde zij eenige regels vol dankbaarheid aan haar, die
de trots en de steun van haar leven was geweest en haar laatste dagen
nog zoo vermooid had.
In 1822 werd het huwelijk van Hortense's oudsten zoon met Charlotte,
een dochter van Joseph Bonaparte, gesloten. Het jonge paar vestigde
zich in Florence en nu gaf Hortense gevolg aan haar lang gekoesterd
voornemen Rome te bezoeken. Zij bracht er den winter door en hield er
in de villa Paolina, eigendom van haar schoonzuster prinses Borghese,
een salon, dat zekere reputatie genoot en bezocht werd door alle kunstenaars
en schrijvers van naam, die toen in zoo grooten getale, door Rome werden
aangetrokken.
Ondanks haar eigenaardige verhouding tot haar man,
[195:]
verkeerde zij veel
met de Bonapartes en stond met hen op zeer goeden voet.
Zelfs de moeder van Napoleon en Louis had zij geheel gewonnen, vooral
door haar vurige geestdrift en teedere vereering voor de nagedachtenis
van den diep betreurden grooten zoon. Zij kwam er alle dagen, las madame
Mère alles vóór, wat er in Frankrijk over den keizer
goeds geschreven werd en luisterde vooral met het grootste geduld en
de meeste belangstelling naar de verhalen over Napoleon's jeugd. Misschien
toonde zij méér tact om met de zonderlinge, trotsche en
gesloten keizersmoeder om te gaan dan haar eigen dochters.
Haar ochtenden bracht zij meestal door met de monumenten en kunstschatten
der Eeuwige Stad te bezoeken.
Op een dezer tochten knielde zij in de Sint Pieterskerk naast een fransche
dame; beid,en zagen elkander aan en Hortense herkende de nog beeldschoone
madame Récamier. Deze zag van haar kant aan de mooie blauwe oogen
en zijdeachtig blonde haren, dat zij zich bevond tegenover haar, die
eens koningin van Holland heette. De ontmoeting gaf aanleiding tot een
gesprek en tot afspraken voor het samen doen van uitstapjes; want madame
Récarhiet, vriendin van Chateaubriand en van den gezant Montmorency
kon om haar royalistische betrekkingen de ex-koningin niet bezoeken
nog minder haar bij zich ontvangen. Zij bezochten samen het Colosseum,
de Thermen van Titus en de omstreken
[196:]
van Rome. Zelfs
troffen zij elkander op een gemaskerd bal bij prins Torlonia, waarvoor
zij gelijke domino's van wit satijn hadden aapgetrokken, alleen verschillend
door een bouquet van witte rozen, die Hortense droeg, terwijl madame
Récamier een guirlande had gekozen.
Onder het dansen verwisselden zij van bloemen en amuseerden zich met
hun verschillende cavaliers; de diplomaten meenden met madame Récamier
te dansen en de bonapartisten met koningin Hortense en zoo verrieden
zij elkanders geheimen.
Overigens werd de politiek in Hortense's salon niet behandeld; men sprak
er over kunst en letteren of las met verdeelde rollen tooneelstukken,
die in het Théatre Français werden opgevoerd. Hortense
zong haar zelf gecomponeerde romances en trachtte geen misbruik te maken
van de pauselijke gastvrijheid. Zij trad minder op als koningin dan
als jonkvrouw de Beauharnais; madame Récamier vond dat men haar
niets kon verwijten dan dat zij niet bonapartiste genoeg was. Dikwijls
beklaagde zij zich over de onrechtvaardige behandeling der Bourbons
en verklaarde zich geheel onschuldig aan samenzweringen tegen hen.
Zoo ging voor haar de winter zeer aangenaam voorbij, toen haar het treurig
bericht deed opschrikken van de ernstige ziekte van haar broer Eugène.
Zij schreef, het aan haar nieuwe vriendin madame Récamier, die
alle politieke overwegingen ter zijde zette en haar
[197:]
een troostbezoek
bracht. Eenige dagen later kwam de doodstijding, die haar bitter bedroefde.
Zij vertrok onmiddellijk naar Munchen en woonde er zijn begrafenis bij.
Den geheelen zomer en zelfs den winter bracht zij in Arenenberg door;
later bezocht zij elk jaar Rome en ontving er bij voorkeur de fransche
aristocratie, die langzamerhand haar vrees om zich te compromitteeren
terzijde zette en zich uitstekend thuis voelde in haar zoo goed geleid
salon.
Zelfs de secretaris der fransche ambassade, waarvan Chateaubriand toen
gezant was, graaf d'Haussonville, liet zich aan haar voorstellen, na
eerst zijn meester gevraagd te hebben of hij er iets tegen had.
- Wel neen, was het antwoord, ik zou zelf gaarne de hertogin de Saint
Leu willen bezoeken, als 't eenigszins kon.
Hij beschrijft haar echt fransch salon met groote ingenomenheid. Er
werd muziek gemaakt en zelfs bij de piano gedanst. Soms liet Hortense
zich verleiden een toertje mee te doen; daar hare gestalte nog steeds
even rank en buigzaam was, danste zij met zeer veel gratie de quadrilles.
Haar oudste zoon leefde met zijn jonge vrouw kalm in Florence en verdreef
den tijd met het doen van uitvindingen op technisch gebied. Louis was
op de militaire school van Thun; het nietsdoen viel beiden prinsen zwaar.
Hortense zou den jongste gaarne als luitenant in het Fransche leger
hebben gezien, maar
[198:]
de Bourbons hadden genoeg van de Bonapartes en waren op zijn diensten niet gesteld. De oudste was in hart en ziel republikein en had zich aangesloten bij de geheime genootschappen, die de revolutionaire denkbeelden in Italië trachtten te verspreiden.