818 Chineesche broedertjes
Twee eendeneieren, 2 eetlepels legèn, 2 pond meel, 2 kippeneieren,
een paar lepels boter, 4 lepels witte suiker, 1 kopje legèn,
was.
De eeneneieren worden met de twee lepels legèn
tot wit schuim geklopt; daarna worden de kippeneieren goed geklopt en
het meel en de boter er door geroerd, daarna ook de suiker en het kopje
legèn. Wanneer met dit beslag goed heeft gemengd, laat men het,
liefst in de zon, een paar uur rijzen.
Vervolgens neemt men eenige Chineesche theekopjes, die men met gesmolten
was en boter bestrijkt en met dit beslag voor ¾ vult, waarna
men het nog een uur in de kopjes laat rijzen. Men bakt ze in een over
(of penggorèngan) met éérst van onderen, daarna
van boven vuur.
819 Chineesche pasteitjes
Twee groote theekoppen tepongbras, een half kopje koud water, zout.
Vulsel: een hardgekookt ei, 1 theebordje vol fijngehakte garnalen, 1
theelepel ketoembar, ½ theelepel fijne peper, 2 theelepels zout,
2 lepels fijngehakte uien, 2 sioongs fijngehakte bawang-putih, 2 eetlepels
fijngehakte koetjaï, 2 djeroek-poeroet- en 2 salam-bladeren, 1
kop dikke santen, olie, boter.
Het meel (tepong-bras) wordt met water en zout vermengd
en tot deeg gekneed. Rol dit daarna uit en verwerk het tot kleine balletjes.
Deze worden wederom uitgerold, om daarna te worden gevuld en opgevouwen.
Het vulsel: de uiien, ketoembar, bawang-poetih, zout en peper worden
samen fijngestampt, met boter opgebraden, waarna men er de fijngesneden
koetjaï, de poeroet- en salembladeren bijvoegt. Al roerende doet
men vervolgens de santen en de garnalen er door en kookt dit alles samen,
bijna droog, op. Het hardgekookte ei snijdt men aan dunne schuifjes.
Vervolgens vult men elk uitgerold stukje deeg met een weinig van dit
vulsel en doet daar bovenop ee nstukje van het ei. Vouw daarna het stukje
deeg toe en geef er den vorm aan van een halfmaantje. De gevulde pasteitjes
worden daarna in heete boter of olie bruin gebakken. Men dient ze warm
op.